17.6.08

Feest


Volgende week woensdag begint de Kaskweek. Met alle eindwerken van de academie, waaronder die van ondergetekende. Meer info HIER
Na afloop organiseren we een feestje, u bent ook hier van harte welkom!

13.6.08

Oranjekoorts


Ik kan bezwaarlijk een sportliefhebber genoemd worden. Toch laat ik mij bij tijd en wijlen gaarne meevoeren in het theater (of beter: het circus) dat sport is. Vorige zomer heb ik intens genoten van de tour, totdat mijn held op het laatste nippertje uit de gele trui getrokken werd. En vol vertedering volg ik nu, vanaf een afstandje, wederom de hysterie rondom “onze jongens”. Tot mijn grote spijt kan ik niet in het land zijn om volop te genieten van de oranjekoorts. Tussen geschminkte volwassen met sjaaltjes en hoedjes in een café de wedstrijd kijken, vriendelijk een welpie weigeren bij de Albert Heyn, en een blokje omlopen om de met oranje dekzeil en driehoekige vlaggetjes opgefleurde straten te bewonderen…

Vroeger, in mijn meer cultuurpessimistische en misantropische perioden, walgde ik van de potsierlijke massahysterie. Tegenwoordig omhels ik de “gekke Hollanders” en hun immer onfortuinlijke elftal.
Vooral ook omdat het een van de zeer spaarzame momenten is waarbij een volk werkelijk lijkt te verbroederen. Dwars door alle lagen van de bevolking. Dat vind ik mooi.
Martin Bril schreef in een
recente column: “Nederland is een land dat zichzelf, in alles, chronisch overschat en van iedere dag een bevrijdingsdag wil maken.” Ik denk dat hij gelijk heeft, maar een kniesoor die daarover valt. In tijden van oorlog moet je achter je land staan.

Marco van Basten was mijn held. Ik was negen jaar, huilde dikke tranen toen Nederland verloor van Rusland en was euforisch toen we ons in de finale met een magistraal doelpunt revancheerde. Op het pleintje in de buurt speelde we, zoals alle straatvoetballertjes, de wedstrijden na. Ik ben van Basten! Nee ík ben van Basten. Dat waren nog eens tijden, zucht de nostalgicus andermaal.

De bewondering voor van Basten ebde langzaam weg, totdat ik jaren later op televisie zijn emotionele afscheid in Milaan zag. De rillingen liepen over mijn lijf. Het was groots.

Gisteren kwam opnieuw een verloren gewaande herinnering bovendrijven. Na het EK 88 kreeg ik twee mokken. Eentje met de afbeelding van Ruud Gullit (ook mooi) en een met die van Marco van Basten. Ik was zo trots als een pauw, zijn handtekening stond er zelfs op. Via het internet vond ik hem terug en raak ik weer ontroert. De foto is ook nog eens heerlijk onscherp, dat past erbij. De mok wordt er net niet tastbaar van.

Wat zou er met mijn mokken gebeurt zijn? In die van Gullit heb ik vroeger schedeltjes van vogeltjes en een occasionele mol laten weken. Beetje dreft erbij en (tevergeefs) hopen dat ze daardoor schoon zouden worden. Af en toe rook ik eraan. Het stonk vreselijk maar het ruiken had iets sensationeels. Nooit ben ik nadien dichter bij de aftakeling geweest.

Benieuwd of “we” vanavond uit de poule des doods zullen ontsnappen…


Beeldmateriaal van het afscheid, die de ervaring niet echt eer aandoen, vind je
hier, Voor oranjegekte loopt u een willekeurige nederlandse volksbuurt in.

9.6.08

Dood vogeltje

Problemen met kinderen die niet willen lachen naar het vogeltje (zoals ik hieronder beschreef) behoren binnenkort tot het verleden. Sony introduceert de ‘smile shutter’ (“The first photo feature that knows how to capture smiles”) een camera waarvan de ‘sluiter’ pas zal sluiten als het onderwerp een glimlach tevoorschijn tovert. Briljant!

Ik verkneukel me nu al bij de tafereeltjes die we binnenkort zullen kunnen aanschouwen.
Pijnlijk lange poseermomenten, ongeduldige kinderen, vader die stoïcijns blijft wachten: “We gaan hier niet weg voordat mijn sony een glimlach ziet.” De terreur van de amateur kiekjesmaker zal weer voelbaar zijn. En wij zullen lachen als boeren met kiespijn.

Er zijn, zo lees ik, drie gevoeligheden: “To detect the different degrees of smiles by your subject, you can set Smile Level sensitivity to “high” (to detect a faint smile), “medium” (for a normal smile), or “low” (for a hearty laugh)”.

Ik ben net even voor de Spiegel gaan staan voor een kleine test. Ik zag een puistje op mijn neus. Dat was lang geleden zeg. Maar goed. De flauwe glimlach had ik snel onder de knie. Al betwijfel ik of er iemand is die hem zou (h)erkennen als lach. Het leek op de perverse grimas van een kinderlokker, vond ik. De gulle lach bracht al even verontrustende associaties naar boven. Rijp voor het gekkenhuis, "All work and no play makes Jack a dull boy”. De normale lach dan maar…
Ik heb meerdere malen spontaan ‘cheese’ geroepen en ben uit noodzaak mijn tanden gaan poetsen. Volgende keer beter. Ik wacht nog even op een camera die de plichtmatige en geforceerde glimlach kan detecteren.
Meer over de Sony Cyber-shot hier, via hier

8.6.08

Verwantschap

Gelukkig heb ik het concept originaliteit al een tijdje begraven.
In die zin dat ik geloof dat alle ideeën al wel eens gedacht of uitgevoerd zijn.
Het voelde als een bevrijding, die constatering. Kon ik me eindelijk met andere, belangrijkere dingen bezig houden.

Via de blog van Irma –waarvan ik inmiddels kan zeggen dat het mijn grote favoriet is – stuitte ik op het werk van Ruth van Beek. Ik bekeek haar foto´s en zag dingen waarmee ik de laatste tijd ook aan het stoeien was. Visueel in ieder geval. Inhoudelijk misschien.

In plaats van teleurstelling voel ik tegenwoordig dan ook iets dat je zou kunnen omschrijven als vreugde. Het ontdekken van een soort “zielsverwanten”. En dat dat veel waardevoller is dan uniek willen zijn. Originaliteit is een moderne gedachte. Ergens eind 19de eeuw werd het pas echt een criterium om kunst op te beoordelen. Gelukkig kwam Andy toen voorbij.

Maar dat is eigenlijk weer een heel ander onderwerp.

Toch vind ik het tegenwoordig belangrijker iets of iemand tegen te komen waarmee je dingen gemeen hebt (of denkt te hebben). Een blik, een gedachte, een gevoel.

Er zijn miljoenen liedjes met dezelfde drie akkoorden.
Toch worden er elk jaar minstens drie nieuwe geschreven waarop ik verliefd wordt.

1.6.08

Wensaap


De dierentuin. Troosteloze Treurtuinen.
Deerniswekkende dieren staren er droefgeestig naar de domme dagjesmensen

Schuilplaatsen voor onze guilty pleasures.
Een half uur ademloos staan kijken naar een zeeotter, naar de ijsbeer, naar een giraffe
Maar ook, altijd weer, het projecteren van het menselijke op de beesten.
Hoe zou jij het vinden?

Deze foto werd ook gemaakt in Genk.
Door mij, als kind. Dus met ontroering en verbazing.
Ik ging er graag naar toe, naar dierentuinen, en maakte deze foto terwijl het geweten afwezig bleef.
Als souvenir, dus omdat het mooi was.

Fotografische souvenirs zijn altijd voor de mooi.
Miserie is voer voor vakmensen.

Deze foto werd gemaakt vanuit liefde en er werd naar gekeken vanwege de schoonheid.
Hoe dezelfde foto nu vooral moedeloos maakt.
Dat wij mensen twee keer dezelfde foto kunnen maken.
Een keer vanuit naïeve bewondering.
Een keer vanuit gruwel en misprijzen.

Wat bracht ons dichter bij elkaar, imposante mensaap.
De ontmoeting of (jaren later) de foto?


(Prachtig project over Zwartberg van Peter van Dingenen
hier)

archief