21.1.09

Van zwart naar wit


Ik zou alles willen terugvinden dat ik verloren heb.
Het verlorene opzoeken doe ik niet. Omdat ikzelf verloren loop.
Een man mag niet lafhartig zijn. Hij draagt zijn lot met opgeheven hoofd.
Niet opgetogen met de wetmatigheden die hij vaststelde, wel met de logica die erdoor zichtbaar werd. In zijn nopjes met de wetenschap dat het grip krijgen op al even zinloos is als het loslaten van. Dat alles er gewoon is.
Vanaf hier is alles wat het lijkt.

De vorst zit in de grond maar de zon absorbeert de kilheid. De trein waarin ik me bevind rijdt achteruit. Hij snijdt doorheen het land en beweegt zich daarbij zo dat de zon zich - op haar beurt - om de zoveel tijd door mijn netvlies probeerd te wurmen. De verblindende helderheid, zoals in een visioen, een droom. .. Maar ik verpink niet.
Enkel in film en fictie gaan visioenen en dromen gepaard met verblindende helderheden, denk ik zo.
Niet alleen de zon maar ook het slijm dat zich in mijn holtes verzameld heeft en de koorts die mij haar wil oplegt, zorgen ervoor dat helderheid zich maar niet wil nestelen. De gedachten kronkelen in het ijle.

Ik heb vaak gedacht dat helderheid veroorzaakt werd door het licht. Het tegendeel lijkt me nu waar. Juist de schemering veroorzaakt helderheid in onze hoofden. Licht is afleiding. Licht is frivool.
Als het licht zich terugtrekt krijgen we weer de mogelijkheid in onszelf te kruipen en alleen te zijn met onze gedachten. In het donker, verlost van vermoeiende visuele prikkels die verwarring zaaien. Zwart is overzichtelijk, of op z’n minst handelbaar, op z’n minst op maat van de mens.

De trein rijdt vooruit, maar ik rijd achteruit. Alles behalve een nietszeggend detail. Mensen die achteruit rijden laten liets achter.Staren denkbeeldig naar datgene dat ze achterlaten. Snel niet meer dan een miniscuul stipje aan een al even denkbeeldige horizon. Mensen die vooruit reizen gaan iets tegenmoed. Hun blik richt zich op het heden. Ze wortelen zichzelf in het nu.
Melancholie en weemoed zijn leeg. Ze zijn apatisch (hebben genoeg aan zichzelf) en dienen enkel de introspectieve roes. Het heimwee naar dat wat onze verlangens bewoont. Geen heimwee naar vroeger, al waren we vroeger wel meer thuis. Tezamen met onze verlangens, onze hunkeringen. Thuis werden er geen bomen opgezet over helderheid..

Ik blader door een boek van
Ria Pacquée. “If I’m dead and my eyes are closed, am I likely to see white or black?”, lees ik.

Uit haar tekst ‘Death’s shadow is white’:

Remembering a pain in my eyes for not wearing sunglasses in the dessert, and moments of looking into the void, there was a white haze.
For years alone in my room, confronted with the white smoke of a cigarette.

en

In the morning, going to my job seeing the man in the suit walking with is white stick, catching the same train.
Going with my eyes gazing at the sky and seeing different shapes of white clouds.
The whiteness I see when I try to read the letters at the optician’s.
The white inside my head when I can’t remember a name or a phrase.

2 reacties:

jos van hecke zei

Martin, ich hoffe aus tiefstem Herzen dass es dir jetzt besser geht, dass du nicht mehr so fieberst, meine ich...

In het Hoogduits kan men dus 'fiebern', in het Nederduits (Nederlands) niet, daar moet men eerst iets 'maken', koorts maken.
Um Gottes willen, warum doch?

Over achteruit of vooruit rijden, zou ik me niet al te veel zorgen maken, het zijn immers uiterst relatieve menselijke maatstaven, begrippen die wezenlijk niets inhouden en daarom bestaan ze ook niet in de fysica, noch in de metafysica. Ze zijn des mensen, dat wel.

Maar, als men dan toch iets wil 'achter' laten, dan is het wel aan te raden om 'vooruit' te rijden. Als men 'achteruit' rijdt, laat men immers helemaal niets 'achter', integendeel men laat alles vóór zich. Dat levert een breed-breder-breedst kijkveld en enkele tijdelijke, steeds kleiner wordende voordelen op, maar ook veel nadelen, waaronder het steeds zwaarder wordend gewicht van het 'bevattelijk vatten'.

Het beste lijkt me om oplettend 'vooruit' te rijden, onderwijl ook in een grote, heldere 'achteruitkijk spiegel' in de gaten houdend wat men 'achter' zich laat. Dit is het grote nut van spiegels, het introspectief gespiegeld nut van het retrospectief gespiegelde.

Het enige wat men met spiegels nooit mag doen, is er zelf vóór gaan staan, in elk geval niet als men aan 'vooruit' rijden denkt. In een toestand van meditatieve 'stilstand' kan het natuurlijk wel, als een zinvol middel voor zelf-reflectie, in alle betekenissen.

Ook 'snelle' foto camera's, fotografische apparaten waarmee men dus snel iets kan 'trekken', bevatten spiegels, maar dit lijkt me eerder een uitvinding te zijn die als enig doel heeft het 'Gemak' (en de commercie) te dienen, eerder dan aan een wezenlijk nut te voldoen.

(Normale) spiegel camera's hebben ook geen enkele retrospectieve functie, ze dienen enkel om een veelvoudig gespiegeld verkleind, rechtopstaand beeldje te creëren van wat elkeen oneindig veel beter en levensechter zó met het blote oog vóór zich kan zien.

Fotografen zijn dan ook de enige wezens in Gods Ganse Schepping - van de hoogste mens-aap tot de laagste ééncellige - die spiegels gebruiken om met het blote oog waarneembare dingen die zich VÓÓR hen bevinden, te bekijken, ook terwijl ze 'vooruit rijden' (het zal dus ook niet de eerste fotograaf zijn die aldus dom doende -letterlijk- op zijn geliefkoosd 'onderwerp' is gestoten!).

Men kan zich toch terecht afvragen: waarom toch, warum, warum, warum doch, weshalb, weshalb???

Dit filosofisch vraag - stukje raakt mijns inziens de kern van de fotografie. Fotografen zouden eens wat meer vóór een (gewone) spiegel moeten gaan STAAN en zich de reflectie maken: waar ben ik - in Gottes Namen- zo (geobsedeerd) mee bezig, voor wie dient het, waartoe dient het en wat brengt het mij en de mensheid op?

Een bevredigend antwoord op al die vragen, moet volgens mij tot een bevredigende conclusie kunnen leiden, tot véél minder foto's hoe dan ook, misschien ook nog tot andere, betere en dus zinvoller foto's?

Ik wou hier ook nog iets zeggen over het 'zwart' en het 'wit', maar het zal voor een andere keer zijn, mijn 'stuk' is nu al veel te lang!

Misschien toch nog even dit snel-doortje ter overdenking:

het komt mij meer en meer voor dat het oude, 'simpele' zwart en wit van de oude zwart-wit film fotografie, misschien wel eens dé essentie, dé sleutel zou kunnen zijn van de ENIGE, UNIEKE intrinsieke ARTISTIEKE (VORM)KRACHT die potentieel in het medium zit?

Dit oude zwart-wit patroon, raakt immers wezenlijk de vorm der dingen en meteen ook de inhoudelijke essentie ervan als leesbare ABSTRACTIE der waarneembare dingen, iets dat het ergens ook gemeen heeft met zwart op wit geschreven letters, zinnen, verhalen en talen...

Hou je goed, Maarten, " nieder mit dem Fieber! " en rijdt misschien toch maar beter 'vooruit', zinvol gebruik makend van een (zijdelingse) 'achteruitkijk spiegel'?

Herzliche Grüsse,
jos

Anoniem zei

Reflectie van een andere melancholicus....

'Een schilderij van Paul Klee, "Angelus Novus", toont een engel die lijkt alsof hij zich wil verwijderen van iets dat hij gefixeerd aanschouwt. Zijn ogen staren voor zich uit, zijn mond is open, zijn vleugels zijn gespreid. Dit is hoe men de Engel van de Geschiedenis afbeeldt. Zijn gezicht is naar het verleden gekeerd. Terwijl wij een keten van gebeurtenissen zien, ziet hij één enkele catastrofe die maar wrakgoed op wrakgoed blijft stapelen en die hij voor zijn voeten smijt. De engel zou willen blijven, de doden opwekken, en herstellen wat vernield is. Maar een storm waait vanuit het Paradijs; en die raakt met zo'n geweld verstrikt in de vleugels dat de engel deze niet meer kan sluiten. De storm stuwt hem onweerstaanbaar naar de toekomst waarnaar zijn rug is gekeerd, terwijl de stapel brokstukken voor hem ten hemel stijgt. Deze storm is wat we Vooruitgang noemen.'

Walter Benjamin Über den Begriff der Geschichte (1940)

archief