Eenmaal in dromenland wacht weer een andere werkelijkheid. Eentje die dichterbij is. Hoeveel minuten per een dag staat een mens eigenlijk stil bij de wereld en haar leed? Ik laat er mijn slaap niet om, ben gestopt met het tellen van mijn zegeningen. Sorry, maar die paar seconden per dag zullen mijn eer niet gaan redden. Hoe vol mijn hoofd soms ook kan lopen met schuldgevoelens en moreel besef, keer op keer verdwijnen alle inzichten alweer snel kolkend het niets in. Kinderen weeral met het badwater weggespoeld. Altijd mooi schoon ben ik. Maar nooit droog achter de oren. Mijn handen vandaag voor de verandering maar eens wassen in onverschilligheid.
Zou het kunnen dat die onverschilligheid mede ontstaat door de manier waarop de problemen in de wereld aan ons voorbij komen? Dat degene die de beelden voor ons netvlies maken , of zij die deze beelden selecteren, ons (de kijkers) chronisch onderschatten? Hoe kan je je serieus genomen voelen wanneer je omringd wordt door simplificerend ‘beeldkoopwaar’? Deze gedachte schoot door mijn hoofd nadat ik -uit illustratieve nieuwsgierigheid - via google images op zoek ging naar beelden voor het eerste deel van deze tekst. Drinking problem, typte ik… Hieronder een selectie uit het zoekresultaat. Alle beelden zijn afkomstig van sites van instanties die hulp proberen te bieden aan mensen met een drankprobleem. Zucht.







4 reacties:
[reactie-1]
WHAT SHALL WE DO WITH A DRUNKEN SAILOR, early in the morning...?
Kunst en wijn, dat gaat verdomd goed samen, evenals wijn en sex en bijgevolg ook kunst en sex.
La jouissance, l'adolescence, les jouissances de l'adolescence (post adolescence), laissez passer, laissez aller, laat maar komen, Maarten, laat maar gaan...
Een drankprobleem, een rookprobleem, een eetprobleem, een slaapprobleem, een werkprobleem, een leefprobleem... een x-probleem, een y-probleem, een wereldprobleem, kortom een probleem, daar leeft een mens en de wereld van. Een mens en een wereld zonder problemen hebben dus ook een probleem, er is altijd een probleem, er zal altijd een probleem zijn. Dat is dan ook het enige waarover we ons geen problemen hoeven te maken. Problemen zijn de motor van de zingeving en de evolutie en ze houden de mens wakker, als hij niet slaapt. Daartoe dient ook de slaap, om onze persoonlijke probleem molen even stil te zetten. Als we wakker worden, begint de probleem molen opnieuw te draaien en als hij toevallig niet draait, dan zoeken we wel iets om hem te laten draaien, zoals onze wereldbol, die constant draait. De mens is en blijft in de grond een draaiend wezen, ook als hij dood is. Hoe zou je dan stil kunnen staan bij de wereld? Méé-draaien is de boodschap en wijn, ja, dat versterkt soms dat gevoel, dat heerlijk draai gevoel!
[vervolg in reactie-2]
[reactie-2]
En wat de beeld media, het internet betreft, dat is, zoals elke afbeeldingsvorm trouwens, een vorm van illusie (en desillusie), een soort zinsbegoocheling en zelfbedrog in de menselijke communicatie behoeften. Het internet lijkt wereld omspannend maar dat is het absoluut niet, het geeft ons pertinent een vals beeld over ons zelf en over het geheel van de mensheid en zijn toestand op zijn planeet, en toch ... wij geloven erin, wij zijn zeer gelovige zielen geworden, onvoorwaardelijk gelovend in de 'realiteit' en de 'waarheden' van de techniek en wat we als 'vooruitgang' ervaren. De mens op zich, als bijzondere diersoort op deze planeet, is echter zeer kwetsbaar en beperkt, zowel als individu als in zijn collectiviteit. Het is de techniek en alleen de techniek die enerzijds de kwetsbaarheid en de beperktheid van de mens tijdelijk vermindert maar anderzijds en tegelijkertijd zijn kwetsbaarheid en beperktheid evenredig of zelfs méér dan evenredig vergroot doordat de mens en de mensheid steeds afhankelijker worden van hun eigen technische toepassingen, erdoor gestuurd en zelfs bestuurd worden, iets wat men de 'robotisering' van de mens zou kunnen noemen. Aangezien de toepassingen voortspruitend uit het menselijk technisch 'vernuft' en de voortdurende verbreiding en uitbreiding ervan als 'onzichtbare' maar onvermijdelijke keerzijde hebben dat zij de natuurlijke toestand, evenwichten en bronnen van onze planeet wijzigen, uitputten en verstoren en beseffend dat het bestaan en het verder bestaan van de mens als diersoort onlosmakelijk verbonden is met de planeet waarop en waaruit hij ontstaan is en die hij 'aarde' noemt hoewel slechts 30 % ervan echt uit de materie 'aarde' bestaat, zal de mens en de mensheid onvermijdelijk op een punt komen waarop hij moet kiezen tussen een onvermijdelijke 'natuurlijke' ondergang als kwetsbare en in zijn mogelijkheden beperkte diersoort op zijn planeet of het afbouwen van zijn technische 'leefwijze' en een terugkeer naar zijn natuurlijke (niet technische) grenzen en mogelijkheden als wezenlijk kwetsbare en beperkte diersoort in het geheel van de ecologische gegevens en evenwichten die zijn planeet kenmerken. De mens is een natuurlijk product van de planeet 'aarde', de mens is niet alleen aardbewoner, hij IS ook (een stukje) 'aarde', waaraan hij letterlijk verbonden en gebonden is. Ruimtevaart, dat uitgespeeld wordt als het summum van menselijk 'technisch kunnen', kan men zien als een poging om hieraan te ontsnappen. De mens schiet zichzelf hoogmoedig de ruimte in, om uiteindelijk nederig te moeten vaststellen en zich ervan te vergewissen dat hij géén andere missie heeft dan terug te keren naar zijn planeet waarvan hij een onvervreemdbaar en onlosmakelijk onderdeeltje is. Hallo Houston, hallo Baikonoer ?
[vervolg in reactie-3]
[reactie-3]
Om het hier een beetje 'kort' te houden, wil ik als slot (en conclusie) nog eens terugkomen op uw verhaal over uw belevenissen aan de keukentafel, samen met vrienden verhitte maar deugddoende palavers en discussies voerend, rechtstreeks (in 'real time' en in mensen spraak, met het gesproken woord dus) van mens tot mens, van mensen oog tot mensen oog, van mensen hand tot mensen hand, met als vloeibaar 'medium' de godendrank wijn. Welnu, dat vind ik een mooi voorbeeld van de mens die leeft en geniet in de maat en op het ritme van zijn natuurlijke en wezenlijke beperktheden en kwetsbaarheden. Het is precies naar dat punt waar we, naar mijn aanvoelen, méér naar moeten terugkeren, voldoende ver weg van de verslaving aan de dwingelandij van de techniek (o.m. het internet), weg van de onmenselijke 'realiteit' van de irrealiteit van een onophoudelijke beelden stroom die ons meer desinformeert dan informeert, die ons doet kijken zonder te zien, die ons de mond snoert, het natuurlijke spreken en wederspreken belet, ons natuurlijk denken versmalt en onze natuurlijke communicatie kanalen en behoeften onderdrukt en verziekt.
Als afsluitertje, en om alvast te trainen in het afleren van verslavend en ziekmakend kijkgedrag en in het opbrengen van voldoende geduld om teksten te LEZEN, misschien nog dit, ter verdere overweging.
In de inleiding tot een "dictionnaire encyclopédique" ( tweedehands aangeschaft uit het nog resterend aanbod van zowel taalkundig als cultureel informatief degelijk uitgewerkte woordenboeken die in gedrukte vorm met uitsterven bedreigd zijn, juist door de doldraaiende internet rage) lees ik het volgende:
"Cependant, aujourd'hui, une question nouvelle se pose. La diffusion du savoir ne dépend plus seulement des livres mais aussi (surtout?) de ce qu'on appelle les mass-media; et comme cette diffusion est massive, labile et floue, le savoir prend une sorte de faux naturel : on écoute (plus qu'on ne parle), on se laisse imprégner, on glisse d'approximation en approximation, sans jamais rien vérifier; les mots deviennent des mythes inconscients, ils entrent au service de ce pouvoir mou (presque anonyme) que détiennent aujourd'hui la presse, la radio, la télévision : on nous parle de plus en plus, et nous parlons de moins en moins (bien).
[.......] si les conflits humains sont inévitables (c'est ce qu'on assure), qu'au moins ce ne soit jamais par la faute des malentendus de mots. Les mots ne sont ni vrais ni faux, hélas, le langage n'ayant pas le pouvoir de se prouver lui-mëme; mais ils peuvent être justes; c'est à cette musique des rapports de langage que nous invite un bon dictionnaire."
Deze inleiding uit 1980, dus lang voor het internet tijdperk, is van de hand van......ROLAND BARTHES.
AANVULLING REACTIE-1-2-3
In het kader en in de geest van wat ik hierboven heb GESCHREVEN moge ik zo vrij zijn uw gewaardeerde aandacht te vragen voor een bijzonder opmerkelijk, uiterst interessant opgevat, artistiek waarachtig gedragen en zinvol doordacht 'non-evenement': TIME FESTIVAL 2009
http://www.timefestival.be/?page_id=30
Een reactie plaatsen