29.12.09

Hondenleven



 
 







Hier loopt ze nog fier en parmantig voor mij uit. Haar leiband rustend in haar bek, dit laatste onzichtbaar voor het fototoestel. Niet zó lang geleden, dacht ik. Maar de jaren uit elkaar houden wordt gaandeweg ook lastiger heb ik gemerkt. Het kan daarom ook makkelijk drie jaar geleden zijn. Nog steeds de dag van gisteren. Of evengoed 21 jaar geleden, als je in hondenjaren zou tellen. Zo zegt men.

Golden retrievers zijn de goedheid zelve. Deze dan toch. Ze houd ook van zwemmen, maar dat gaat de laatste tijd niet meer zo goed. Eenmaal in de Caumerbeek belandt is haar oude,zware lijf onmogend zich weer op eigen kracht tot op de oever te begeven. Waar is de dartel naar toe, vraag ik me mistroostig af. Mijn hart weent stilletjes, hier in de natte, ijzige wind. De eerder deze week beloofde witte kerst blijkt een treurige symfonie van smeltwater te zijn. Alle schoonheid bevindt zich buiten mijn zicht. Tijdens de spaarzame momenten dat ik mij tegenwoordig op geboortegrond begeef is dat de onontkoombare gedachte. Loopt de trage teloorgang van een hondleven synchroon met mijn toenemende onthechting van een heimat? En als ik nergens thuis ben waarom zou ik dan niet hier zijn?

Alles heeft er de schijn te blijven zoals het is. Bij thuiskomst nog steeds aandoenlijk begroet worden door de hond met een van haar knuffels in haar bek. Maar de werkelijkheid wordt mij hier voorgeschilderd in mattere tinten dan die uit mijn herinneringen. Een teveel aan rust om mij heen. De hond van mijn vader kreeg er onlangs een spuitje. Slaap wel, Chira…

Daar liep ze dan. Achter mij aan deze keer, de leiband als een koord gespannen tussen haar nek en mijn hand. Ik schaamde me een beetje, sprak zacht en geaffecteerd aanmoedinkjes en complimentjes haar richting uit: ‘Goed zo meid… Kom maar lieverd’. Ooit moet ze mij enthousiast voortgetrokken hebben, nu (met de moed der wanhoop) ik haar. De wissel in het rollenspel die ieder mens vroeg of laat te wachten staat. Waren mijn woorden ooit genoeg om haar trots te doen versnellen, nu lossen ze op in het niets. Zwijgend slepen we onszelf voort. Ik geef een aai over haar natgeregende kop. De geruststellende kwispel is als een warm bad in deze gedomesticeerde droevenis. Al dat goed is gaat voorbij, Chippy, maar wacht nog even met slapen…


archief