
Ik heb een lijf. Het moddert maar wat aan, dat lijf. Beweegt zich op mijn bevel van A naar B. Vleit zich behoedzaam neer, richt zich moeizaam op, legt zich tenslotte troosteloos te rusten aan het einde van een dag. Het heeft allemaal weinig om het lijf.
Een karige kussensloop voor broze botten is het. Kansloos in zijn sluimerende ambitie zich ooit nog tot kathedraal te verheffen. Maar zijn klaagzang is aan dovemans oren gericht,de geest zwaait met de scepter hier. Mijn lijf maakt uitgeblust indruk als nederige hofnar. Maar als het doekt valt zullen weinigen hem nog herinneren.
Eens voelde het zich vrij, zwemmend in subtropische kinderparadijzen. Eens holde het onuitputtelijk achter een bal aan op zomerse buurtpleintjes. Eens danste het ongeneerd in smoezelige uitgaansgelegenheden. Eens deelde het de lakens met hen die het wenste lief te hebben. Met het bedwelmen van de geest kwam ook het bedoezelen van het lichaam. Toch beklom datzelfde lijf niet zo lang geleden, in een opwelling, nog de Corsicaanse bergen. Bergen doen blijkbaar iets met mensen. Zeldzaam spraakzaam was het daar, in die bergen.
‘de berg bestormd / de berg afgebroken / misschien alleen om een put te maken / misschien om eindelijk te kunnen vallen / – het is sterker dan mezelf.
Een tekstfragment van Peter Verhelst, afkomstig uit ‘Nieuw/zwart’, de prachtige nieuwe voorstelling van choreograaf Wim Vandekeybus. vanuit het pluche keek ik naar hoe het ook kan, met lijven…

1 reacties:
Van alle kunst vind ik het het 'theater' (waaronder ook het zang- en dans theater) de interessantste, meest zeggende, meest complete, meest menselijke, meest doorleefde en ook de meeste democratische kunst uiting.
Het is geen kunst onder de kunsten, het is méér, het is de som van alle kunsten. Nochtans is er slechts één voorbijgaande 'voorstelling', daarna gaat het licht uit (of aan) en is het 'kunstwerk' (materieel) weg terwijl de inhoud ervan zich in de geest van de 'kijker' heeft verplaatst. Dit zou het lot en het doel van elke kunst uiting moeten zijn, vind ik.
Daarom ook vind ik de statische, permanent geëxposeerde en geconserveerde vormen van 'museum kunst' slechts ersatz 'kunst', dode 'kunst' en eigenlijk zelfs helemaal géén kunst, hoogstens een oogstrelende maar verder een totaal niets zeggende, onproductieve vorm van decoratie, 'design', zoals sommige tuinmeubelen, bloem-, mossel- en pispotten dat soms ook kunnen zijn, hoewel de meeste museum stukken van de 'hedendaagse kunst' zelfs dat niveau niet halen.
Een echt kunst beleid vertaalt zich dan ook in meer, véél meer 'theater' (schouw burgen)en minder of liefst géén 'musea' meer, behoudens de historische musea. Dit laatste is dan ook de enige én zinvolle functie van een 'museum'. Een 'museum voor hedendaagse kunst' past daar niet in, méér nog, het is ermee tegenstrijdig, en daarom ook onecht, vals en onzinnig. Weg ermee!
Een reactie plaatsen